|
Swing De swing is het moeilijkste onderdeel van het golfspel. Hiervoor krijg je dus uitgebreide instructies. Probeer extra bewegingen te vermijden anders wordt het erg moeilijk precies bij de bal uit te komen. Vooral tijdens de swing niet omhoog komen anders sla je over de bal heen. |
|
|
Vooraanzicht: Stand Voeten schouderbreed uit elkaar. De balpositie is één voet binnen de linkervoet (zie club op de grond). De achterkant van de club wijst naar de binnenkant van je linkerbeen. Omdat de rechterhand lager op de club ligt dan de linker zal de rechterschouder lager zitten dan de linker. De ruggengraat tilt een beetje naar links en het gewicht zal daardoor meer op rechts staan. |
![]() |
|
Begin achterzwaai Draai alleen de schouders, hou het onderlichaam zo stil mogelijk. |
![]() |
|
Vervolg achterzwaai Draai de schouders 90° tot de linkerschouder onder je kin komt. Je linkerknie mag iets naar binnen voor de stabiliteit. Hou je linkerarm min of meer gestrekt. De swing nog langer maken door je linkerarm te knikken maakt de swing zeker niet beter! |
![]() |
|
Downswing en impact Probeer als je op de top van de achterzwaai bent rustig je gewicht op je linkerbeen te brengen. Dat doe je met je onderlichaam, niet met je romp of hoofd. De armen komen dan vanzelf naar beneden, dat is een natuurlijke reactie waar je niets voor hoeft te doen. |
![]() |
|
Eindstand Draai zo ver mogelijk door. Je dient altijd tenminste met je buik naar het doel te eindigen. In een ideale swing beweeg je van de top van de achterzwaai in één keer met een rustige beweging naar de eindstand. De bal neem je tijdens deze beweging mee. |
![]() |
|
Achteraanzicht: Stand Lijn je voeten, je heupen en je schouders parallel aan de lijn naar het doel op. Buig net zover naar voren tot je linkerarm loodrecht net voor je tenen hangt. Flex je knieën lichtjes, niet zakken. Je rechterelleboog vouwt lichtjes naar je linkerheup zodat je van achteren gezien net de binnekant van je linkerarm kunt zien. Hou je rug recht. De club zal ongeveer een haakse hoek maken met je ruggengraat. Je gewicht staat midden op de voeten. |
![]() |
|
Begin achterzwaai Draai alleen de schouders, hou het onderlichaam zo stil mogelijk. Hou de hoek van je ruggengraat stabiel. |
![]() |
|
Vervolg achterzwaai Draai de linkerschouder onder je kin. Je linkerknie mag iets naar binnen voor de stabiliteit, niet teveel naar voren laten komen anders komt je gewicht op de tenen. De club komt nu boven de rechterschouder. Hou de hoek van de ruggengraat stabiel. Vooral niet het rechterbeen strekken of je rug strekken.
|
![]() |
|
Downswing en impact Probeer als je op de top van de achterzwaai bent rustig je gewicht op je linkerbeen te brengen. Dat doe je met je onderlichaam, niet met je romp of hoofd. De armen komen dan vanzelf naar beneden, dat is een natuurlijke reactie waar je niets voor hoeft te doen. Ga vooral niet rehctop staan voordat je de bal hebt geraakt, hou de hoek van de ruggengraat nog steeds zo stabiel mogelijk.
|
![]() |
|
Eindstand Draai zo ver mogelijk door. Je dient altijd tenminste met je buik naar het doel te eindigen. In een ideale swing beweeg je van de top van de achterzwaai in één keer met een rustige beweging naar de eindstand. De bal neem je tijdens deze beweging mee. Nadat de bal geraakt is mag je het linkerbeen strekken, zo eindig je in balans.
|
![]() |
Swing instructie video: Algemene instructie.
Swing instructie video: Technische analyse.
Grip instructie video: Algemene instructie.